De Middeleeuwen

De Merovingische tijd

De naam Lens verschijnt voor het eerst in de Merovingische tijd, in de vorm van 'Lenna Cas', wat 'Vesting aan de bron' zou betekenen. De stad zou echter een oudere oorsprong hebben (Gallo-Romeinse tijd). Dit kan echter niet geverifieerd worden.

De graafschappen van Lens

De vestingen van Lens (vandaag volledig verdwenen) dateren van de invasies van de Noormannen. Het burggraafschap van Lens, dat zich uitstrekte over het grootste deel van de Gohelle, had meerdere heren onder zich. De graven van Lens waren voor het merendeel graven van Boulogne (ze werden in Lens vertegenwoordigd door de burggraaf). Eustache was de meest beroemde van de graven van Lens en Boulogne. In 1057 huwde hij Ide de Bouillon. In 1066 was hij bevelhebber van een deel van het leger van Willem de Veroveraar in Hastings. In 1071 nam Eustache deel aan nieuwe veldslagen voor de opvolging van Vlaanderen. Hij overleed omstreeks 1095. Ide overleefde hem tot in 1113. Ze was rond 1040 geboren in het kasteel van Bouillon (in het Zuid-Oosten van het huidige België). Ze was zeer vroom en deed talrijke giften aan kerken, kloosters, hospitalen en richtte talrijke stichtingen op. Ze overleed in het klooster van La Capelle, dichtbij Calais en werd begraven in Wast, vlakbij Boulogne. Ide werd zalig verklaard en werd de patroonheilige van Lens. De drie zonen van Eustache II en Ide van Bouillon, Eustache, Godfried en Boudewijn namen deel aan de Eerste Kruistocht, aan het hoofd van de legers. Godfried was er de opperbevelhebber van. De expeditie eindigde op 15 juli 1099, met de verovering van Jeruzalem. Godfried van Bouillon werd de eerste koning van Jeruzalem.

Lens onder het graafschap Artois

In het feodale tijdperk was Lens verbonden aan het graafschap Artois. Artois (en Lens), dat toebehoorde aan de graaf van Vlaanderen, werd in 1180 verbonden met de Franse kroon. In de 13e eeuw schonk Lodewijk VIII de stad een charter dat het stadsrechten verleende.

Lens in de feodale tijd

In de Middeleeuwen was Lens een grote landelijke gemeente: er vonden grote kermissen en markten plaats. De boten die de stad via de Deûle binnenvoeren, werden aan de oever gelost en geladen. De rivier voorzag vier molens van water; hoog boven de stadsmuren stak een windmolen uit. Lens bevond zich op de oudste weg die de handelaars voerde van het noordelijke Vlaanderen- Lille, Seclin, Pont-à-Vendin en Lens - naar Arras en de tol, 'tonlieu' genaamd (deze naam wees op het kantoor en de tol die bij het binnenkomen van de stad werd betaald), van Bapaume (huidige hoofdstad van het kanton Pas-de-Calais) in de richting van Parijs. Lens beschikte over eigen wethouders en militie; de provoost en het baljuwschap behoorden tot de belangrijkste van Artois.

De vestingwerken

Lens heeft ernstig geleden onder de Honderdjarige oorlog en de vijandelijkheden tegen Vlaanderen. In 1303 werd de stad door de Vlamingen in brand gestoken. In de Middeleeuwen, en daarna in de Moderne tijd, werd Lens in het totaal vijftien keer belegerd (meer bepaald in 1478, daarna 6 keer tussen 1493 en 1590 en 5 keer tussen 1641 en 1648). In 1448 begon de ontmanteling van de vestingen. De laatste keer werd een ontmanteling bevolen door de regering van Lodewijk XIV, op 25 mei 1652. De ontmanteling werd voltooid in 1657.

FacebookTwitterPartageImprimerEnvoyer